23 maart 2011 | Koos Jager,

Overnames geremd door kloof tussen vraag- en biedprijs

Het Financieele Dagblad – Verkoper denkt aan topprijs uit hoogconjunctuur.De Nederlandse fusie- en overnamemarkt gaat mank aan overtuigend herstel. Eigenaren van bedrijven hebben vaak prijzen in gedachten die passen bij een hoogconjunctuur en die voor kopers niet te financieren zijn.

Het aantal transacties in het eerste kwartaal van 2011 zal niet veel hoger uitkomen dan een jaar geleden toen 115 bedrijven in andere handen overgingen, zo verwacht onderzoeker Willem van Oosten van databank Overfusies.nl.

In het lopende kwartaal zijn tot nu toe 87 deals gesloten met een totale waarde van euro 4,97 mrd. Het beeld wordt geflatteerd door enkele grote transacties waaronder de overname van Crucell (euro 1,75 mrd) en de verkoop van Reim, de vastgoedtak van ING (euro 770 mln). Op de onderhandse markt is begin februari de verkoop afgerond van familiebedrijf Koole, gespecialiseerd in tankopslag. Tegelijk werd bekend dat tapijtmaker Desso een nieuwe eigenaar krijgt. Private-equityhuis Bencis neemt daar de plaats in van NPM Capital.

Maar er staan ook bedrijven te koop waarvan de vraagprijs volgens kenners te hoog is waardoor een transactie uitblijft. Winkelbedrijf Hema wordt daarbij veelvuldig als voorbeeld genoemd. De huidige eigenaar, private-equityhuis Lion Capital, heeft de vraagprijs bepaald op zo’n euro 1,7 mrd, een veelvoud van de prijs die V&D heeft opgebracht.

Het economisch herstel en een soepeler opstelling van banken bij de financiering moeten de voorwaarden scheppen voor een beter overnameklimaat. ‘Directeur-grootaandeelhouders kijken vaker of zij hun bedrijf kunnen verkopen’, signaleert Koos Jager, partner bij fusiebemiddelaar Marktlink. Hij ziet vooral babyboomers aan de markt komen die al rond de eeuwwisseling met de gedachten speelden hun onderneming te gelde te maken.

Die plannen zijn toen doorkruist door de internetzeepbel. Daarna volgde weer een periode van hoogtij, maar niet lang genoeg om tot zaken te komen. De kredietcrisis was opnieuw reden om de verkoop uit te stellen. ‘Nu de conjunctuur verbetert, kiezen ze eieren voor hun geld’, zegt Jager.

Maar van snelle transacties is nog geen sprake. Familiebedrijven blijven vaak lang dubben en menig dga schat de waarde te hoog in. Investeerders willen niet meer de topprijzen betalen die in 2006 en 2007 zijn neergeteld, toen goedkoop bankkrediet veel mogelijk maakte. Nu liggen de zaken anders. Banken mogen dan ruimhartiger zijn dan tijdens de kredietcrisis, de financiering blijft een lastig vraagstuk. Dat heeft een drukkend effect op de prijs.

Om het gat te overbruggen, kiezen partijen steeds vaker voor een geleidelijke overname: de eigenaar krijgt niet in één keer de waarde van zijn bedrijf uitbetaald, maar blijft met een minderheidsaandeel betrokken. De koper hoeft dan minder te financieren en de betrokkenheid van de oude eigenaar schept vertrouwen bij de bank. De oude dga kan op termijn zijn minderheidspakket verzilveren en meeprofiteren van de mogelijke waardestijging van de onderneming die zijn opvolger realiseert, legt Jager uit.

Het is een formule die in zwang raakt, bevestigt ook Laura Schagen van adviesbureau BuyInside. Zij was betrokken bij de recente overdracht van een opleidingsinstituut waarvan de vroegere eigenaar 10% heeft behouden om de transactie rond te krijgen.

Voor een dga is de opbrengst in veel gevallen bedoeld als pensioen dat hij met een geleidelijke verkoop grotendeels veiligstelt.

Het resterende belang in het bedrijf kan op termijn een aardige meeropbrengst opleveren. Daar staat het risico tegenover dat de aandelen in waarde dalen als de onderneming onder de nieuwe eigenaar zou wegzakken.

De vraag of een bedrijf goed in de markt ligt, wordt uiteindelijk in hoge mate bepaald door specifieke belangstelling van strategische kopers en investeerders. Veel concerns hebben hun balans op orde gebracht en zijn klaar voor verdere schaalvergroting via acquisities. Private-equityhuizen hebben zo hun eigen voorkeuren voor bepaalde sectoren en zijn bereid hun beurs te trekken bij een aantrekkelijk aanbod. Zo verzamelt NPM Capital snackfabrikanten met een marktleiderspositie en heeft het vorige maand gehaktballenleverancier Willie Dokter overgenomen. Investeerder HAL is vooral geïnteresseerd in bedrijven in de orthopedie, terwijl H2 Equity Partners zich richt op overnames in de ijzerwarenhandel.

Feit is dat de Nederlandse overnamemarkt nog lang niet terug is op het niveau van het piekjaar 2007, blijkt uit de gegevens van Overfusies.nl. Toen werd een score behaald van 864 transacties. Vorig jaar zat de markt daar nog ver onder met 465 overnames.

Marktlink