12 maart 2012 | Tim van der Meer, Partner

Schadelijke intenties – van wasbeertjes naar grizzlyberen

Brisk Magazine – Enthousiasme is een eigenschap die niemand als slecht zal bestempelen. Ook tijdens een bedrijfsovername kan enthousiasme bijdragen aan het vertrouwen tussen koper en verkoper. Te veel enthousiasme kan echter een averechts effect hebben.

Recentelijk kwam ik in aanraking met twee partijen die samen een transactie wilden doen. De kopende partij had een bod uitgebracht op het bedrijf van de verkopende partij. Koper en verkoper bereikten vrij snel overeenstemming over de koopprijs voor het bedrijf, en verkoper stelde vervolgens een concept intentieovereenkomst op (ook wel letter of intent, of ‘LOI’ genoemd). Enige tijd later komen koper en verkoper bijeen om de concept LOI te bespreken.

De bespreking verloopt voorspoedig, en de LOI wordt ter plekke gewijzigd. Beide partijen lezen het stuk nog eens goed door, en concluderen dat ze met de inhoud akkoord zijn. Ondanks het advies om er nog een nachtje over te slapen, besluiten partijen in hun enthousiasme om direct tot ondertekening over te gaan.

Niet veel later volgt de kater. De wasbeertjes op de weg, die tijdens de onderhandelingen over de LOI nog leuke uitdagingen leken, groeien in de gedachten van koper uit tot levensgevaarlijke grizzlyberen. Hij besluit niet verder in zee te gaan met verkoper.
De verkoper is niet blij met dit besluit. Met het ondertekenen van de LOI hebben koper en verkoper immers een principeakkoord bereikt. Weliswaar was in de LOI opgenomen dat koper onder bepaalde omstandigheden van de transactie af kon zien, maar die omstandigheden hadden zich (nog) niet voorgedaan. Zo zou de transactie niet doorgaan als tijdens het onderzoek naar het bedrijf van verkoper lijken uit de kast zouden komen. Maar het onderzoek was nog niet eens van start gegaan.
Het is vaste rechtspraak dat indien bij partij A door toedoen van partij B gerechtvaardigd vertrouwen is ontstaan dat een overeenkomst tot stand zal komen, het afbreken van de onderhandelingen door partij B leidt tot een verplichting tot schadevergoeding. Hoe langer en intensiever partijen met elkaar onderhandelen, hoe eerder van gerechtvaardigd vertrouwen sprake zal zijn.

Was er bij verkoper in dit geval sprake van gerechtvaardigd vertrouwen? Daarover valt te discussiëren. Wel staat vast dat het uit enthousiasme tekenen van een LOI, maar een paar dagen later terugkrabbelen, leidt tot een pijnlijke situatie voor beide partijen. Gelukkig hebben de betrokken partijen, nadat de eerste emoties waren weggeëbd, in goed onderling overleg de onderhandelingen beëindigd. Maar mocht u op het punt staan om een (intentie)overeenkomst aan te gaan, slaapt u er dan nog een nachtje over. Wellicht droomt u over grizzlyberen…

Marktlink