Veilingmeester keert terug op overnamemarkt

27 januari 2015 | Tim van der Meer, Partner

Veilingmeester keert terug op overnamemarkt

Het Financieele Dagblad – Menig ondernemer was in de crisisjaren de wanhoop nabij. Wilde hij zijn bedrijf verkopen, dan mocht hij al blij zijn met één of twee gegadigden. Het was niet de gedroomde onderhandelingspositie. Met als gevolg minder deals en neerwaarts bijgestelde prijzen. Maar de kansen keren. De economie trekt voorzichtig aan en kopers laten zich weer zien. Zo groot is de interesse dat de ‘veilingmeester’ op het podium terugkeert.

‘Controlled auction’

Ondernemer Guus Haagh heeft zijn metaalbedrijf Cepro begin dit jaar verkocht aan een Zweeds conglomeraat. De koper behoorde tot een selecte groep van tien partijen die waren uitgenodigd een bod uit te brengen. Cepro staat model voor de ‘controlled auction’, een verkoopmethode die met het marktherstel weer opgeld doet.

‘De helft van alle deals die ik om me heen zie, gaat via een veilingproces’, signaleert Alexander den Boer van het Brabantse corporate financebureau Van Oers. Dat was na de val van Lehman Brothers in 2008 wel anders. In de recessie waren biedingprocedures kansloos bij gebrek aan belangstelling. De schaarse kopers maakten de dienst uit en wilden alleen exclusief met de eigenaar onderhandelen.

Vertrouwen keert terug

Met het wegebben van de crisis keert het vertrouwen terug. Bedrijven zijn beter te waarderen en banken zijn sneller bereid financiering te bieden. Dat wekt interesse bij participatiemaatschappijen en ondernemers die via overnames versneld willen groeien. In het geval van Cepro trok de Zweedse industriële groep Indutrade aan het langste eind. De deal paste in de strategie van deze strategische koper om in Europa te expanderen.

Als een keerpunt in de markt wijst Van Oers op de overname van vleesverwerker Henningsen Nederland, begin vorig jaar. Van de twintig partijen die werden gepolst, deed de helft een concreet bod. Dat was een bovengemiddelde score en een onmiskenbaar teken van groeiende kooplust. Henningsen in Waalwijk ging uiteindelijk voor € 17 mln van de hand. De winnende bieding kwam van het Japanse voedingsconcern Ariake.

Meer reacties

Fusiebemiddelaar Lorijn van Leersum van Baker Tilly Berk kiest bijna standaard voor een veiling om een bedrijf aan de man te brengen. Anders kan een verkoper geen afweging maken, luidt zijn stelling. ‘Het is complimenteus als een koper spontaan op de deur klopt. Maar wie zegt jou dat je hiermee de beste prijs krijgt?’

Hij bevestigt dat een biedingproces juist in een opgaande economie goed werkt. ‘Het aantal reacties neemt toe, er haken minder partijen af, en de multiples liggen hoger,’ zo schetst hij het actuele beeld.

Hogere prijs

Met een veiling doet de markt zijn werk. Er volgen biedingrondes met de kans op een hogere prijs. Dat leert de verkoop van Industriële Diensten Heino, een specialist in het mengen en verpakken van zuivelproducten. Ruim tien potentiële kopers kregen een uitnodiging te reageren. Ze ontvingen een informatiememorandum met gegevens over de resultaten en de marktpositie van het bedrijf (met een omzet van € 6 mln en veertig man op de loonlijst). Dat leidde tot vier indicatieve, dat wil zeggen vrijblijvende biedingen. Met de hoogste bieders is verder onderhandeld. Daaruit is nog weer een hogere prijs voortgekomen.

Serieuze belangstelling

Alleen al om praktische redenen is een veiling te prefereren. ‘We krijgen soms wel vijftig reacties’, zegt Tim van der Meer van Marktlink, een van de grootste bemiddelaars in de overnamemarkt van het midden- en kleinbedrijf. Het is voor een verkoper onmogelijk met zoveel gegadigden in contact te treden. Voorlopige biedingen moeten duidelijk maken hoe serieus de belangstelling is.

Vergeleken met het dieptepunt in 2009 brengt Marktlink nu twee keer zoveel bedrijven via een biedingproces aan de man. Dat komt neer op 20% van de veertig à vijftig transacties die dit kantoor jaarlijks voor zijn rekening neemt.

Prijsopdrijvend effect

Van der Meer zegt dat een veiling van een bedrijf bijna altijd een prijsopdrijvend effect heeft. Maar verkopers moeten zich daar niet blind op staren. ‘De koopsom is belangrijk, maar de voorwaarden niet minder.’ Want hoe zeker is de verkoper ervan dat hij de prijs krijgt die is afgesproken als de betaling wordt gespreid? Daarin schuilt een risico, met name als de tranches zijn gekoppeld aan toekomstige resultaten.

Het grootste schrikbeeld is een veiling waar niemand op af komt of waar alle gegadigden zich terugtrekken. Dan heeft een verkoper zich in de kaart laten kijken en kan hij geen kant meer op. ‘Wie niet zeker weet dat er meerdere serieuze bieders zijn, moet er niet aan beginnen’, waarschuwt Hans Minnaar, voorzitter van Dutch Corporate Finance Association, een vereniging van 200 fusieadviseurs. Minnaar wijst op de gestrande verkoop van opleidingsinstituut NCOI, twee jaar geleden. ‘Dat is het afbreukrisico. Het bedrijf is aangeschoten wild. Afnemers en leveranciers weten niet meer waar ze aan toe zijn.’

Veiling mag niet mislukken

Conclusie: een veiling mag niet mislukken. Om die reden hamert adviseur Den Boer op het vooraf screenen van kandidaat-kopers. Staan ze open voor een deal en hebben ze een oorlogskas? Bureau Van Oers bemiddelde vorig jaar bij de verkoop van verpakkingsbedrijf Vinke Display. Van de zeven aangeschreven partijen deden er vier een indicatief bod. Den Boer: ‘Dat was geen verrassing. We hadden de markt gesondeerd en wisten van de animo.’ Na een tweede ronde, waarin met twee overgebleven bieders is gesproken, ging Vinke over in handen van de Duitse branchegenoot Schumacher Packaging.

Marktlink